Beren, walvis en forellen (en wat Kamervragen…)

| Derek Jan Fikkers

Derek Jan Fikkers, directeur Strategie & Beleid, blogt voor U-Today over zijn sabbatical. Hij reist samen met zijn gezin in een camper door verschillende landen. Vandaag deel vier: over ‘viscorvee’ in Noorse dorpjes en overheidssturing.

Photo by: RIKKERT HARINK

Noren zijn carnivoren. Op het gebied van vlees en vis hebben de Noren een rijke traditie. Tørrfisk is lang op de hjell gedroogde witvis, een beetje vergelijkbaar met de Surinaamse bakkeljauw. Echt goede gravlaks (traditioneel door de Samen ondergronds gepreserveerde zalm) is een absolute delicatesse. Skrei is een heerlijke Arctische variant van de kabeljauw. Rendiervlees is eigenlijk te droog, maar je kan er wel fantastische worsten van maken. Hvalkjøtt is walvisvlees. Het wordt in Noorwegen op industriële schaal verwerkt, is overal verkrijgbaar, maar heeft vaak een roestige nasmaak - en dat lag niet aan onze barbecue. Berenvlees is wat lastiger te vinden. Maar eenmaal gevonden is het genieten: het berenvlees vettig, sterk en vol van smaak.

Maar het allerbeste eten komt van nog dichterbij: bij voorkeur vang je het namelijk zelf. We hebben momenteel samen met mijn schoonzus en zwager een particulier huis gehuurd, in een kleine gemeenschap (økosamfunn) met nog vier huizen, ongeveer twee uur ten zuiden van Trondheim. De kleine gemeenschap staat bij één van duizenden meren die Noorwegen rijk is. Heidi, een 70-jarige medebewoonster van de gemeenschap, legde aan mijn zwager Bas en mij uit hoe dit dorp aan zijn eten komt. Één avond per week zet één van de vijf gezinnen de gemeenschappelijke visnetten uit in het meer. De volgende ochtend worden de netten opgehaald, en wordt de vangst verdeeld over alle bewoners. Toen wij er waren was de vangst goed: 27 heerlijke forellen waar het dorp een week lang van kon eten. Heidi gaf aan dat dit ‘viscorvee’ in de meeste kleine dorpjes in de omgeving al eeuwenlang gebruikelijk is.

In 1990 publiceerde Elinor Ostrom Governing the Commons: The Evolution of Institutions for Collective Action. Het boek ging over het beheer van common pool resources, zoals rivierwater, schone lucht, bossen, visgronden, en gedeelde landbouwgronden. In 2009 kreeg zij hiervoor - als eerste vrouw - de Nobelprijs voor de Economie. Ostrom toonde aan onder welke voorwaarden zulke commons succesvol door gemeenschappen kunnen worden beheerd zonder strenge overheidssturing of privatisering. Het idee achter deze ontwerpprincipes is dat de verantwoordelijkheid en het beheer van de commons zo decentraal mogelijk in de gemeenschap belegd is. Daarnaast is het devies om bedrijfsleven, wetgeving en overheidssturing zo veel mogelijk buiten de deur te houden. Kortom: zorg dat alleen de direct belanghebbenden verantwoordelijk zijn, en vertrouw ze daarin.

Onze forelvissers laten al eeuwenlang zien dat de design principles van Elinor Ostrom in de praktijk goed werken. Ze hoeven niet naar de supermarkt voor tørrfisk, skrei, gravatlaks of hvalkjøtt nodig, maar zorgen zelf voor hun eten. Ze maken onderling afspraken, verdelen de lasten, en ze vangen niet te veel. Zo regelen ze hun eiwitten al eeuwenlang zelf: kakelvers, supergezond en overheerlijk!

Buiten ons Noorse dorpje bestaat ‘de echte wereld’. Onlangs appte een collega dat Kamervragen waren gesteld over het onderwijsmodel van de RuG. Kamerleden wilden graag dat de minister de RuG op de vingers zou tikken. De minister gaf het enige juiste antwoord: hij weigerde bemoeienis met de RuG, en wees de Kamerleden subtiel op de Wet Hoger Onderwijs. Die toont op belangrijke punten erg veel gelijkenis met de principes van Elinor Ostrom. Boodschap van de minister: universiteiten hebben geen onnodig gedetailleerde overheidssturing of invloed van het bedrijfsleven nodig. Zij kunnen prima zelf bepalen hoe ze hun forellen vangen!