‘Ik weiger Twente een krimpregio te noemen’

| Jelle Posthuma , Stan Waning

De UT moet bijdragen aan de ‘enorme vraag’ naar technisch talent, zegt collegevoorzitter Vinod Subramaniam. Daarom is groei nodig én mogelijk. ‘Als er één campus in Nederland is waar we zouden kunnen bouwen, dan is het in Twente .’

Vinod Subramaniam.

‘Wij willen wél blijven groeien’, vertelde u onlangs in de Tubantia. Bij U-Today zei u vorig jaar dat er juist geen sprake meer mocht zijn van ‘ongebreidelde groei’. Wat is er in een jaar veranderd?

Subramaniam: ‘Het gaat erom dat we beheerst willen groeien. Toen ook al, er is dus niet zoveel veranderd. Wel is dit jaar nog duidelijker geworden voor welke grote transities de samenleving staat. Op dit moment missen we technisch talent om deze uitdagingen het hoofd te bieden. Vanuit de arbeidsmarkt is enorme behoefte aan technisch geschoold personeel, zowel voor mbo, hbo als wo. De UT reageert op deze behoefte en neemt haar verantwoordelijkheid. We moeten de groeivraag  echter aanpakken met de hele onderwijsketen, want op alle niveaus is behoefte aan technisch talent. Het gaat er uiteindelijk om dat we scholieren weer interesseren voor technische beroepen en opleidingen. Je kunt als onderwijsinstelling namelijk wel de ambitie hebben om te groeien, maar er moet wel voldoende aanvoer zijn.’

Eindhoven en Delft hebben grote plannen om te voldoen aan de vraag vanuit het bedrijfsleven en de maatschappij. Wat doet Twente?

‘De context is heel lokaal. In Twente is geen ASML waar zevenduizend vacatures openstaan, zoals in Eindhoven. Binnen onze context leiden we ook op voor bedrijven als ASML, maar in de regio hebben we ook de verantwoordelijkheid voor bedrijven om ons heen, voornamelijk het mkb. De situatie met Delft is eveneens moeilijk vergelijkbaar. Daar is de ruimte om uit te breiden beperkt. Daarom maken ze plannen om elders campussen te openen, bijvoorbeeld in Rotterdam of Den Haag. In Twente is ruimte geen issue. Als er één campus in Nederland is waar gebouwd kan worden, dan is het in Twente. Al betekent dat niet dat we de hele campus kunnen en willen volbouwen.’

Delft wil groeien naar veertigduizend studenten, dat is meer dan veertig procent groei. De UT heeft nu ongeveer 12.500 studenten. Naar welk aantal wil de UT toe?

‘Het is heel moeilijk om exacte cijfers te noemen. De UT heeft een kwalitatieve doelstelling: voldoen aan de behoefte vanuit de samenleving én de groei beheersbaar houden. Die groei kan leiden tot misschien wel 20.000 studenten, of zelfs meer. Maar we kunnen onze ambities op verschillende manieren invullen. Denk aan ‘lifelong learning’. Deze groep komt wel aan de UT studeren, maar is een heel ander type student. Ze komen hier bijvoorbeeld niet wonen. Tienduizend nieuwe studenten, betekenen niet twintigduizend extra voeten op de campus. De samenwerking met de VU is een ander voorbeeld. Bij ons zit werktuigbouwkunde best vol, maar door de samenwerking met Amsterdam blijven we groeien en bereiken we  het achterland in Noord-Holland .’

Met de groeipijnen die de UT nu al kent, de hoge werkdruk, de vacatures die zich moeilijk laten vullen; is groei wel realistisch?

‘Ik kan geen blik met docenten opentrekken. Daarom kunnen we alleen groeien in een beheersbaar tempo en moeten we alle mogelijkheden verkennen. Natuurlijk levert groei vraagtekens op, maar als het nodig is, dan vinden we samen een weg. Daar ben ik van overtuigd, als we maar creatief zijn. Dat kunnen wij als UT niet alleen. We moeten het samen doen met ondernemers en de gemeente, bijvoorbeeld als het gaat om woonruimte. Ook is een navenante financiering nodig. Je kunt niet voor een dubbeltje op de eerste rij zitten.’

De UT zit behoorlijk krap in de jas. Hoe reageert de gemeenschap op die groeiplannen?

‘Ik hoor positieve geluiden, bijvoorbeeld tijdens de Uraad. Ik zie mensen die constructief zijn en willen meedenken, ook al zijn de uitdagingen groot. Daar zijn we ons goed van bewust.’

Hoe wil de UT groeien? Zetten jullie in op meer Nederlandse studenten, of juist op internationale groei?

‘Dan kom ik terug op wat ik eerder al zei. We kijken eerst inhoudelijk hoe we willen groeien. Waar zijn extra mensen nodig en hoe kunnen wij daaraan bijdragen? Sturen op meer Nederlandse of buitenlandse studenten is daar ondergeschikt aan.’

Toch is Twente een krimpregio die vergrijst. En bij internationale studenten bestaat de mogelijkheid dat je opleidt voor een braindrain. De stay-rate is in Twente niet heel hoog.

‘Ik weiger Twente een krimpregio te noemen. Demografisch zit daar ongetwijfeld een kern van waarheid in, maar als je dat als regio blijft roepen, dan gaan jonge mensen zeker weg. We moeten samen laten zien dat alle ingrediënten in Twente aanwezig zijn. Het is hier niet zo krap als elders en je kunt zonder enorme vermogens prachtig wonen. Tegelijkertijd is mobiliteit ook niet erg. Als iemand na vijf jaar weer vertrekt, dan is dat prima. Als er maar voldoende doorstroom blijft. Het gaat erom dat we laten zien dat hier veel mogelijk is en dat Twente goed bereikbaar is. Ook al voelt van Amsterdam naar Twente reizen soms verder weg dan andersom: twee uur reizen blijft relatief.’

Hoe kun je als UT bijdragen aan een zo’n vestigingsklimaat?

‘Door nog beter samen te werken in de regio. Eerstejaars die op de campus komen zijn gelijk verkocht. Dat moet ook voor de regio gelden. Als het gaat om blijvend vestigen, willen we studenten meer in contact laten komen met bedrijven. Ga eens kijken bij VDL, waar ze met honderden openstaande vacatures zitten. Andersom geldt precies hetzelfde. Bedenk als bedrijf of UT-studenten kunnen bijdragen aan bestaande problemen. Alleen samen kunnen we groei realiseren.’