'We kunnen alles zeggen wat we willen, mits goed voorbereid'

| Stan Waning

UT-medewerkers Emile Dopheide, Roberto Cruz Martínez (Universiteitsraad) en Holger Schiele (Faculteitsraad BMS) maken deel uit van de UT-medezeggenschap. Wat betekent dat voor hen? Het trio reageert op drie stellingen in een rondetafelgesprek.

Photo by: Klaas-Jelmer Sixma
Stelling 1: 'Deelname aan medezeggenschap is slecht voor mijn carrière'

Cruz Martínez: 'Daar ben ik het niet mee eens. Toen ik in 2022 begon, was ik erg gemotiveerd. Ik wilde altijd al iets doen met activisme of medezeggenschap, omdat het voor mij deel uitmaakt van onderdeel zijn van de academische wereld. Ik draag graag mijn steentje bij. Mijn rol in medezeggenschap is goed voor mijn netwerk en positief voor mijn eigen vak, dus ik denk zeker niet dat het slecht is voor mijn carrière.’

Martínez: ‘Tegelijkertijd brengt participatie uitdagingen met zich mee, vooral qua tijd. Werkdruk is de grootste uitdaging, die soms voor problemen zorgt. Je kunt bij zoveel documenten betrokken raken. Aan de andere kant: mensen die niet met medezeggenschap bezig zijn, ervaren ook werkdruk door andere activiteiten, dus ik zie het niet als een groot probleem. Als je maar de juiste balans vindt.'

SPECIAL MEDEZEGGENSCHAP

In opdracht van de UT-medezeggenschap maakte U-Today een magazine vol verhalen over studenten en medewerkers die meedenken en -beslissen over het beleid op de Universiteit Twente. Het hele magazine is hier digitaal te lezen.

Schiele: 'Als je je werk goed wilt doen, kun je makkelijk een dag in de week besteden aan medezeggenschap. Dat zorgt voor wat uitdagingen, maar niet voor een negatieve impact op je carrière. Integendeel. Onlangs kwamen er echter enkele collega's naar me toe met klachten. Ze waren niet blij met een beslissing van het bestuur over de toewijzing van financiën. Ze klaagden dat ik er in de faculteitsraad mee zou hebben ingestemd. Zoiets is niet per se schadelijk, maar het laat zien dat participatie wel degelijk iets betekent en dat het consequenties heeft.

Tijd is ook een belangrijke factor. Wat mij de meeste tijd kost, is het opvragen van documenten bij de administratie en vervolgens die dossiers niet krijgen en opnieuw moeten opvragen. Dat is soms frustrerend.'

‘Als je kwaliteit wil leveren, heb je wel een bepaalde hoeveelheid tijd nodig’ - Emile Dopheide

Dopheide: 'Tijd is de belangrijkste factor. Je kunt immers de hele week wel met de medezeggenschap bezig zijn. Dat is niet de bedoeling, maar aan de andere kant: als je kwaliteit wilt leveren, heb je wel een bepaalde hoeveelheid tijd nodig. Anders ga je op een zeer oppervlakkige manier met dossiers om. Het is gemakkelijk om vanaf het begin een bepaalde mening te hebben, maar je wil wat intelligentie op tafel leggen en een bepaald niveau van begrip bereiken.

Echter, er is helaas niet altijd voldoende tijd om de dossiers met de auteurs van het document door te nemen. Om dat te koppelen aan de stelling: ik maak pas sinds mijn zestigste deel uit van de universiteitsraad. Ik stelde het uit tot het einde van mijn carrière en kan het nu goed combineren met mijn eigen verantwoordelijkheden. Ik heb er zeker geen spijt van.'

Cruz Martínez: 'Inderdaad, ik denk dat het uitmaakt in welke fase van je carrière je zit. Ik weet dat het vooral voor wetenschappers en promovendi lastig is om een extra rol te vervullen, al is een goede afspiegeling in de raad heel belangrijk. Flexibiliteit in je functie is cruciaal. Als je een en ander goed kunt combineren, dan is medezeggenschap juist goed voor je carrière.'

Schiele: 'Toch is tijd ook relatief. Voordat ik naar Nederland kwam, was ik hoogleraar in Duitsland. Daar was het systeem totaal anders. Volgens de wet moeten de meeste beslissingen worden genomen door hoogleraren. Dat betekent elke maand een eindeloze vergadering, waar alle professoren kwamen opdagen en iedereen zijn verzoeken deelde. Wat dat betreft is de participatie op de UT totaal anders. En dat is niet per se ideaal: er worden relatief veel beslissingen genomen door weinig mensen, wat de factor tijd en betrokkenheid niet ten goede komt.'

Stelling 2: 'In de medezeggenschap kan ik alles zeggen wat ik wil'

Cruz Martínez: ‘Het is goed om te zeggen wat je denkt, of ergens een vraag over te stellen - we vertegenwoordigen immers bepaalde groepen. Dat betekent echter niet dat je zomaar alles kunt zeggen wat als eerste in je opkomt. Medezeggenschap gaat over duidelijke communicatie.'

Dopheide: 'Mijn ervaring is dat ik alles kan zeggen wat ik wil, als het maar goed voorbereid is. Het wordt niet gewaardeerd als je constant je onderbuikgevoel deelt. Dat stelt het bestuur ook niet op prijs. Het is niet erg om het oneens met elkaar te zijn, zolang we maar weten waar we het over hebben. Op een gegeven moment moet je een duidelijke mening vormen. Je kunt niet constant voor- en nadelen blijven noemen. In het  medezeggenschapsmilieu voel ik me altijd veilig om te zeggen wat ik denk.

'Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik op mijn woorden moest letten’ - Holger Schiele

Je kunt medezeggenschap niet vergelijken met een parlement, in die zin zijn we geen politici. Er zijn partijen, maar die zijn niet erg principieel of verschillend. Dat betekent alleen niet dat ons werk minder belangrijk is.'

Schiele: 'Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik op mijn woorden moest letten. Misschien komt dat door het feit dat zeer gevoelige onderwerpen nooit aan de orde zijn gekomen. Ik merk dat onze studenten vaak wat verlegen en voorzichtig zijn in het delen van hun mening. Ik hoop dat ze wat vaker proactief durven te zijn. Dat is immers alleen maar goed en de ruimte is er.'

Stelling 3: 'Medezeggenschap is vooral documenten lezen in het weekend'

Cruz Martínez: 'Helaas draaien veel mensen in de medezeggenschap overuren, 's avonds of in het weekend. Hetzelfde geldt voor mij, maar laat ik benadrukken dat dit lang niet elk weekend het geval is. Als er soms grote onderwerpen op de agenda staan, bijvoorbeeld over budgetten, is het soms hectisch, maar dat is niet de norm. Ik heb gewoon hobby's, ook hier gaat het weer om balans. Ik merk dat ervaren mensen beter zijn in het in de gaten houden van de balans.'

Dopheide: 'Vooral het begin van de cyclus van zes weken is druk. Dan krijgen we alle documenten. Ik kies ervoor om ze uit te printen en in het weekend op de bank door te nemen. Dan kan ik dat in alle rust doen. Alleen het lezen van de documenten is voor mij niet genoeg, ik wil ook met de auteurs van de dossiers overleggen om een sterkere mening te vormen. Vooral daar gaat veel tijd in zitten, maar ik vind het de moeite waard.'

Schiele: 'Voor mij geldt hetzelfde. Soms krijg ik op donderdag documenten die op dinsdag worden besproken. Dan ontkom ik er niet aan om in het weekend te werken, maar zoals Roberto terecht zegt, dat is niet de norm. Overigens vind ik af en toe overwerken geen probleem: in mijn jaren in het bedrijfsleven deed ik niet anders en als er belangrijke documenten binnenkomen, ben ik ook gewoon nieuwsgierig en wil ik ze doornemen.'

Cruz Martínez: 'Daar ben ik het helemaal mee eens. Als je met een onderwerp bezig bent, wil je er alles over weten en je verdiepen in dat onderwerp is geen straf. Zolang je je werk maar in balans houdt.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.