Duidelijker spelregels over verdeling onderzoeksgeld UT

| Rense Kuipers

Vanaf 2026 gaat de UT het geld dat bestemd is voor onderzoek transparanter en met duidelijkere spelregels verdelen onder de faculteiten. Dat werkt in het voordeel van twee faculteiten en in het nadeel van drie.

Er was al langere tijd sprak van kritiek op het huidige – vrij complexe en niet altijd even transparante – Research Allocation Model. Daarin was door de jaren heen een wildgroei van geoormerkte deelbudgetten ontstaan, soms met een som van minder dan 100 duizend euro. Het nieuwe model moest daarom eenvoudiger, met transparante en uitlegbare parameters. Daar werkt de UT al aan sinds eind 2020. De universiteitsraad stemde onlangs in met de aanpassing van het oude model.

Elk jaar is er grofweg 160 miljoen euro aan onderzoeksbudget te verdelen onder de vijf UT-faculteiten. Bijna een kwart van die middelen – zo’n 40 miljoen euro – wordt herverdeeld volgens het nieuwe model. Het totale budget blijft hetzelfde.

Stabiliteit

In het nieuwe verdeelmodel is ‘stabiliteit’ de meest bepalende factor. Dat wordt berekend op basis van het aantal fte aan wetenschappelijk medewerkers per faculteit (gemiddeld tijdens de laatste drie jaren) en de kosten aan labruimtes. Die bepalen voor 70 procent hoeveel een faculteit krijgt.

Verder wordt 20 procent bepaald door het onderzoeksgeld dat faculteiten uit tweede en derde geldstromen binnenhalen en de dekkingsbijdrage uit die geldstromen – eveneens het gemiddelde van de laatste drie jaar.

De resterende 10 procent is een vast strategisch budget per faculteit om te besteden aan de ‘impactdomeinen’ van de UT: gezondheid, veiligheid, klimaat en chiptechnologie.

TGS en kleine posten

De herverdeling vindt ook op andere plekken plaats, zoals in de financiering van de Twente Graduate School (TGS). Die wordt in het nieuwe verdeelmodel gefinancierd uit het totaal aan promotiepremies dat de UT ontvangt na elke promotie. Eerder werd dat bedrag nog ingehouden van het onderzoeksbudget dat eerder naar alle faculteiten behalve ITC ging. In het nieuwe model moet ook ITC een bijdrage leveren aan de kosten van TGS.

Ook verdwijnen een aantal relatief kleine posten; die worden op de grote hoop gegooid. Het gaat hierbij om oude sectorplangelden natuur- en scheikunde à 1,1 miljoen euro, een toevoeging aan een wiskunde-onderzoeksbudget van ruim 5 ton en een bijdrage gekoppeld aan het ThermoPlastic composites Research Center van een ton.

Plussen en minnen

Die herverdeling heeft per faculteit wel gevolgen. BMS en ET kunnen volgens het nieuwe verdeelmodel beide rekenen op zo’n 2 miljoen euro meer onderzoeksfinanciering op jaarbasis. TNW krijgt zo’n 1,2 miljoen euro minder volgens het nieuwe rekensommetje. EEMCS krijgt 2,3 miljoen minder. Voor ITC zijn de effecten minimaal; die faculteit krijgt al een geoormerkt onderzoeksbudget van de overheid en moet dus alleen een relatief kleine bijdrage leveren aan TGS.

Het nieuwe verdeelmodel wordt meegenomen in de eerstvolgende voorjaarsnota van de UT, de zogeheten Spring Memorandum. Vanaf 2026 is het nieuwe Research Allocation Model voor de helft van kracht, vanaf 2027 volledig. Op die manier kunnen de faculteiten eraan wennen. Elke drie jaar wil de UT het verdeelmodel opnieuw tegen het licht houden.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.