Helft fiscale hoogleraren heeft commerciële baan erbij

De helft van alle hoogleraren belastingrecht heeft ook een betaalde baan in het bedrijfsleven, blijkt uit een nieuwe telling van de Universiteit Leiden. Ze zijn daar niet allemaal transparant over.

Eind februari kreeg de Eerste Kamer ‘nee’ te horen van Eppo Bruins. De minister van Onderwijs kon senatoren niet vertellen hoeveel belastinghoogleraren een commerciële bijbaan hebben.

De Universiteit Leiden kan het wel, blijkt nu. Dinsdag publiceerde hoogleraar belastingrecht Jan Vleggeert een lijst met 68 fiscale hoogleraren en hun nevenfuncties. Ruim zeventig procent heeft een dubbele pet op: twintig procent werkt in het openbaar bestuur of het recht en vijftig procent heeft een commerciële bijbaan.

Tot die laatste groep behoren 35 belastinghoogleraren die bijvoorbeeld advies geven aan bedrijven of rijke particulieren. Dat doen ze voor de grote advieskantoren, zoals EY (waaraan vier hoogleraren verbonden zijn), PwC (vijf) en KPMG (twee). Maar ook iets kleinere kantoren hebben graag een ingang bij de universiteit, zoals BDO, Mazars, BakerTilly en Loyens & Loeff. Die laatste betaalt drie fiscale hoogleraren voor advies en heeft er nog eens twee in dienst.

Goede zaak

Bij de Erasmus Universiteit hebben ze allemaal een dubbele pet, maar het gaat meestal om rechters of leden van de Raad van State. Een commerciële bijbaan hebben vier van de negen fiscale hoogleraren in Rotterdam.

De Universiteit van Amsterdam heeft relatief gezien de meeste commerciële dubbele petten in huis: acht van de negen. De Vrije Universiteit scoort met vijf van de zes ook hoog.

(Tekst gaat verder onder de foto.)

Lang niet iedereen ziet dat als probleem. In een reactie op vragen van het Hoger Onderwijs Persbureau noemt de UvA nevenfuncties ‘in de kern een goede zaak: het zorgt voor sterke verbindingen met de maatschappij, verrijkt het onderwijs en draagt bij aan de impact van onderzoek’. Het is bovendien niet gemakkelijk om hoogleraren fiscaal recht fulltime naar de universiteit te halen. De salarissen in de sector liggen ‘fors hoger’ dan die op de universiteit, aldus de UvA.

Hiaten

Niet alle hoogleraren zijn duidelijk over hun nevenfuncties, ook niet als die in het verlengde van hun academische werk liggen. Bij acht van de 68 hoogleraren op hun lijst hebben Vleggeert en zijn student-assistent ‘hiaten’ gevonden. Ze zagen in openbare bronnen allerlei nevenfuncties die niet op de universiteitswebsites van hoogleraren staan.

Een aantal hoogleraren heeft daar desgevraagd een verklaring voor. Zo zegt een van hen dat hij al met pensioen is bij belastingadvieskantoor PwC en met emeritaat als hoogleraar. Maar zo stond het nog niet op zijn LinkedIn-profiel en op de website van zijn universiteit, toen Vleggeert de lijst maakte. 

Van sommige hoogleraren staan de nevenfuncties wel in een speciaal register, maar niet op hun persoonlijke universitaire website. Vleggeert: ‘Het lijkt me goed om daar zo transparant mogelijk over te zijn.’

Niet compleet

De Nyenrode Business Universiteit dacht daar tot gisteren anders over. Wie wilde weten wat een hoogleraar ernaast doet, moest volgens de particuliere universiteit naar het register surfen. Dat is ‘centraal, transparant en toegankelijk’ en wordt ‘jaarlijks geactualiseerd’, zei Nyenrode in een eerste reactie.

Maar ook het centrale register van Nyenrode is niet compleet. Zo heeft fiscaal hoogleraar Rudolf de Vries zijn werk bij advieskantoor EY er niet in vermeld. Dat gaat Nyenrode ‘in de volgende update’ rechtzetten. De Vries reageert niet op vragen van het HOP. Afgelopen maandag werd wel zijn LinkedIn-profiel bijgewerkt.

Inmiddels heeft Nyenrode laten weten dat het de nevenfuncties toch op de persoonlijke pagina’s van hoogleraren gaat zetten. De andere universiteiten deden dat al. Dat scheelt een zoektocht naar het register, maar dan moeten de website en het register wel dezelfde informatie tonen.

Zo heeft de Maastrichtse fiscalist Hans van den Hurk op zijn eigen UM-pagina onder ‘nevenfuncties’ geen commerciële bijbanen vermeld, terwijl uit openbare bronnen valt af te leiden dat hij er minstens twee heeft. In zijn profiel staat alleen in algemene bewoordingen dat hij multinationals adviseert over hun belastingstrategie.

Volgens Van den Hurk is ‘wegens technische problemen niet elke rol zichtbaar’. Hij zegt zijn nevenwerkzaamheden wel degelijk opgegeven te hebben. ‘Ze zijn door de Universiteit Maastricht goedgekeurd.’ Het technische probleem wordt zo snel mogelijk opgelost.

Pot verwijt ketel

Het lijkt Van den Hurk te steken dat hij op zijn nevenfuncties wordt aangesproken. Hij benadrukt per mail dat hij ‘nooit belastingontwijkende constructies’ heeft verkocht. Sterker nog, hij helpt Zuid-Amerikaanse landen bij het bestrijden ervan. Dat geldt volgens hem niet voor Jan Vleggeert, de maker van de lijst, die in het verleden bedrijven en rijke particulieren hielp bij het ontwijken van hun belastingen.

Vleggeert bevestigt dat hij werkzaam was als belastingadviseur. ‘Het klopt dat ik heb meegewerkt aan belastingontwijkende structuren. Maar op mijn vijftigste vroeg ik me af waar ik mee bezig was geweest. Dit klopt niet, dacht ik. Daarom heb ik toen bewust de overstap naar de universiteit gemaakt, om te bevorderen dat multinationals en rijken een eerlijk deel van de belasting betalen.’

Vleggeert noemt in zijn onderzoek de namen van hoogleraren, maar is er niet op uit om hun integriteit in twijfel te trekken, benadrukt hij. In 2020 stelde hij in zijn oratie de invloed van advieskantoren op de academie aan de kaak. Daar kreeg hij veel kritiek op van mensen die zich persoonlijk aangevallen voelden, vertelt hij. ‘Maar het gaat mij om de discipline als geheel.’

Onafhankelijkheid

Hij besloot dubbele petten te gaan tellen toen hij las dat de minister tegen de Eerste Kamer zei dat hij geen cijfers over dubbele petten kan leveren. ‘Maar dat blijkt toch niet zo moeilijk’, zegt Vleggeert nu.

De hoogleraar maakt zich zorgen over de onafhankelijkheid van zijn vakgebied. Een hoogleraar die het ene moment een klant helpt de belastingaanslag te verlagen, moet daar het andere moment kritisch over zijn als onafhankelijk academicus. ‘Als er zoveel hoogleraren met dubbele petten zijn die rekening moeten houden met het belang van hun werkgever, dan is de fiscale wetenschap in Nederland als geheel te weinig onafhankelijk.’

Dat is ook de vrees van Daan Roovers, Eerste Kamerlid namens GroenLinks-PvdA. ‘Ik maak me zorgen om het stelsel, zelfs als alle individuele hoogleraren zich integer gedragen’, zei de senator in november tegen het HOP.

Roovers hoopt dat het ministerie naar aanleiding van het Leidse onderzoek met een streefwaarde komt: ‘Met welk percentage aan commerciële adviesbureaus verbonden hoogleraren is de academische onafhankelijkheid nog geborgd? Hoe denken het ministerie en de universiteiten daarover? Ik roep de minister op om hiermee aan de slag te gaan.’

Te makkelijk

De zorgen over de nevenfuncties van fiscaal hoogleraren bestaan al langer. In 2016 bracht Oxfam Novib de banden tussen advieskantoren en universiteiten in kaart. ‘In Nederland zijn belastingadvieskantoren, de academische wereld en politieke commissies zó met elkaar verweven dat op z’n minst de verdenking van belangenverstrengeling wel erg sterk is’, schreef Oxfam destijds. Het belastingklimaat werd daardoor erg gunstig voor multinationals.

Maar Bastiaan Starink, hoogleraar in Tilburg en partner bij PwC, ziet desgevraagd geen probleem in een dubbele pet. Het gaat erom hoe je ermee omgaat, betoogt hij. ‘Wat ik niet goed vind aan deze discussie is dat wordt gesuggereerd dat een dubbele pet automatisch betekent dat je niet integer bent. Dat is veel te makkelijk en het klopt niet.’

Met de zorgen om het hele ‘stelsel’ kan Starink niet zoveel. ‘Wat ik belangrijk vind is dat individuele wetenschappers zich integer gedragen. Daarom hebben we een gedragscode en moeten we tot bijna in het belachelijke transparant zijn, over geldstromen en belangen. Juist om die integriteit te borgen.’

Om iedereen duidelijk te maken dat Starink een dubbele pet heeft, staat op de zijn profiel van de Universiteit Tilburg duidelijk dat hij ook ‘Tax lawyer’ is bij ‘PwC Belastingadviseurs’. Hetzelfde staat in het register nevenwerkzaamheden van zijn universiteit.

Onbetaald werk

Ook een bijbaan in het openbaar bestuur kan een belangenconflict opleveren. Daar mag je net zo goed transparantie over verwachten. Zo is Arjen Schep als bijzonder hoogleraar gespecialiseerd in de belastingen van lokale overheden. Zijn leerstoel wordt gefinancierd door enkele grote gemeentes. Hij vermeldt niet op zijn website of in het register dat hij ook voor de internationale tak van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) werkt. Hij is er zelfs een tijdje ‘scientist in residence’ geweest, zoals zijn vakgroep het in een jaarverslag noemt.

Misschien kan het transparanter, zegt Schep in een reactie, maar het gaat in dit geval om werk waarvoor hij niet zelf wordt betaald. Hij helpt namens VNG International ontwikkelingslanden bij het hervormen van hun lokale belastingen en het geld gaat naar zijn faculteit, die er zijn leerstoel van financiert. De grote gemeentes betalen te weinig om zijn bijzondere leerstoel te bekostigen, dus doet Schep ook contractonderzoek. ‘Het is mijn eigen, zelfstandige wetenschappelijke keuze om met VNG International samen te werken.’

Sancties

Eerste Kamerleden vinden het zorgelijk dat nevenfuncties niet goed vermeld worden. Paul van Meenen (D66) pleit voor sancties. ‘De minister moet hier als stelselverantwoordelijke tegen kunnen optreden.’ De code wetenschappelijke integriteit vraagt academici om transparant te zijn over ‘mogelijke belangenconflicten’, maar ‘zonder sancties laten te veel mensen zo’n code links liggen’, denkt de senator.

De VVD vraagt ook meer duidelijkheid, maar vindt sancties te ver gaan, zegt senator Paulien Geerdink desgevraagd. Zij hoopt nog altijd dat universiteiten zelf het licht zien en zo snel mogelijk zorgen dat alle hoogleraren alsnog hun nevenfuncties opgeven.

De afgelopen jaren zijn de opvattingen over het registreren van nevenfuncties langzaam verschoven. In 2008 werd er nog over getwijfeld vanwege de privacy van hoogleraren. Inmiddels hebben alle universiteiten een register.

Maar wat te doen als een hoogleraar zijn bijbaan niet meldt? Uit de reacties van universiteiten blijkt niet dat ze er een probleem van maken. Ook de Universiteit Maastricht leek dat niet te doen, twee weken geleden, toen de instelling toegaf niet genoeg toezicht te hebben gehouden op de bijbaan van een hoogleraar epidemiologie die ook voor de chemische industrie bijkluste. Hij moet alsnog het register bijwerken, zei de universiteit, al is dat sindsdien nog niet gebeurd.

Gewone mensen

Over de bijbanen van hoogleraren belastingrecht is een aparte discussie ontstaan. Dat komt onder andere door de toeslagenaffaire. NSC-leider Pieter Omtzigt heeft zich al vaak hardop afgevraagd hoe het kan dat belastingwetenschappers de toeslagenaffaire niet hebben aangekaart. Komt dat door hun dubbele pet? Zijn ze te veel bezig met de belastingen voor bedrijven en te weinig met ‘gewone’ mensen?

Een paar jaar geleden kwam daar nog een reden bij. Toen bleek dat Tweede Kamerleden de vragen van belastingadviseurs over belastingwetten vaak integraal doorstuurden naar de regering, die daarmee gedwongen werd op de lobbyvragen van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs te reageren. Ze leken via die vragen naar mazen in de wet te speuren, vonden critici.

Belastingwetgeving is vaak ingewikkeld en hoogleraren worden dan ook geregeld gevraagd om de overheid te adviseren. Het feit dat ze er vaak een commerciële praktijk naast hebben maakt die adviezen verdacht. In wiens belang adviseren de wetenschappers precies?

Voormalig staatssecretaris van belastingen Hans Vijlbrief besloot uiteindelijk om maar helemaal geen ‘dubbele-petters’ meer voor adviescommissies uit te nodigen. Maar, zei hij er gelijk bij, dat is vanwege het hoge percentage hoogleraren met een dubbelfunctie wel lastig.

Verbetering

Ook bij universiteiten lijkt de boodschap binnengekomen. Zo is de Erasmus Universiteit bezig om de vakgroep fiscaal recht een beetje onafhankelijker te maken van externe geldschieters. ‘Bijzonder’ hoogleraren (vaak gefinancierd door bedrijven of stichtingen) worden ‘gewone’ hoogleraren, zegt Arjen Schep, die tevens voorzitter is van de vakgroep. ‘De kans op beïnvloeding wordt daarmee kleiner.’ Ook de UvA is actief op zoek naar meer hoogleraren met een fulltime aanstelling, laat een woordvoerder weten.

Jan Vleggeert ziet sinds 2021 een kleine verbetering in de cijfers. Toen had 65 procent van de hoogleraren een commerciële bijbaan, tegen 51 procent nu. Die daling komt mede doordat de afgelopen paar jaar enkele dubbele-petters met pensioen zijn gegaan als partner, terwijl ze nog doorgaan als hoogleraar.

Dit jaar gaat een aantal hoogleraren zonder commerciële nevenfunctie met pensioen. Als universiteiten geen maatregelen nemen kan het percentage belastinghoogleraren met een dubbele pet weer toenemen, waarschuwt Vleggeert. Hij pleit dan ook voor een ‘dubbele-pettenstop’ bij nieuwe benoemingen van hoogleraren.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.