Het is klokslag half 10, en dat betekent voor de twintig uitvoerders van Krinkels: koffiepauze. Een lange rij mannen verzamelt zich rondom het koffiezetapparaat in de kantine van gebouw Erve Holzik. Anderen schuiven al snel aan tafel om een paar bruine botterhammen naar binnen te werken.
Na het bakkie en bammetje verspreiden de medewerkers zich over 160 hectare campus. Ieder op weg naar zijn eigen klus of opdracht van die dag: van schoffelen tot bloemen poten en van stickers verwijderen op lantaarnpalen tot kleine en grote onderhoudstaken.
Geert de Haan - projectleider bij Krinkels – geeft al vijftien jaar leiding aan zijn team op de UT. Hij steekt zijn enthousiasme over de biodiversiteit op de UT en het werk dat ‘zijn mensen’ verrichten niet onder stoelen of banken. ‘Kom, stap in!’, zegt De Haan terwijl hij plaatsneemt in zijn auto. ‘Dan laat ik zien wat ons werk op de campus inhoudt.’
Kansen en betrokkenheid
Het eerste stoppunt: de plantsoenen bij de campuswoningen. Terwijl De Haan de auto parkeert, zit Mike te Pas op zijn knieën in één van de vele plantsoentjes die de campus rijk is. Samen met zijn collega is hij deze ochtend verantwoordelijk om het hofje aan te kleden met dertig planten. Het ene na het andere plantje met een Latijnse naam wordt met beleid uit het plastic bakje getrokken en vervolgens in het gat gepropt dat Te Pas net daarvoor maakte. ‘Hier komt meer bij kijken dan je denkt’, zegt Te Pas, terwijl hij met een schop het volgende gat graaft. ‘Bodembewerking, compost aanbrengen, de afstand tussen elke plant bepalen en tot slot alles netjes afwerken’, legt hij zijn karwei uit.
‘Studenten tonen belangstelling in ons werk’
‘Mike kwam op een bijzondere manier bij Krinkels’, vertelt De Haan. Waarna Te Pas zelf vertelt dat hij via speciaal onderwijs en een stageperiode bij de landschapsaannemer hier binnenrolde. Inmiddels is hij al drie jaar een vaste kracht bij het bedrijf en voelt Te Pas zich als een vis in het water op het UT-terrein. ‘Ik ben blij met de kansen en uitdagingen die ik krijg. Het is heerlijk om heel de dag buiten met mijn handen te werken. Elk seizoen vraagt weer om andere taken en aanpak. Zo beginnen we straks in de zomer met snoeien.’ Hij vervolgt: ‘Wat ik mooi vind is dat de studenten belangstelling tonen in ons werk. Regelmatig maak ik een praatje met mensen die voorbij lopen. Op warme zomerdagen bieden studenten ook weleens iets te drinken aan.’

Reeën en ijsvogels op de campus
De route vanaf de campuswoningen krijgt vervolg naar het O&O-plein. Bij aankomst staat op het plein al een wagen en een aanhanger vol met tuinuitrusting klaar. Harken, schoffels, bezems en pionnen, alles is aanwezig. Veel van het materiaal – zoals de grasmaaiers en het gereedschap - is elektrisch en dat is volgens de projectleider best uniek in het groenonderhoud. ‘Ah, de jongens zijn al bezig’, ziet De Haan. Een paar meter verderop zijn inderdaad drie uitvoerders - gehuld in oranje hesjes en handschoenen - in de weer om alle hegjes onkruidvrij te maken.
Een van hun is Sjoerd Winter. Met elke schoffelbeweging wiedt hij een hoopje onkruid uit de grond. Dit veegt hij daarna tot kleine bergjes naar elkaar toe. ‘Het onkruid schiet in deze tijd van het jaar uit de grond’, vertelt hij. En onkruid is niet het enige dat hij in de lente tegenkomt. ‘Op vroege ochtenden laten dieren zich steeds vaker zien. Onlangs zag ik reeën en ijsvogels op de campus en vanmorgen toevallig een nest waar eenden broeden.’
‘Ons werk gaat verder dan alleen schoffelen’
Het UT-terrein is voor Winter zijn natuurlijke habitat. Of het nou regent of niet, het maakt hem niks uit. Werken in de buitenlucht is het liefste wat hij doet. Ook in zijn vrije tijd trekt hij er als natuurliefhebber graag op uit. De campus behoort zelfs tot een van zijn favoriete plekken. Hij skeelert er ook wel eens met zijn dochter. ‘Er is hier veel te zien en te ontdekken.’
Sensors in prullenbakken
Projectleider De Haan legt tijdens de rondleiding uit dat Krinkels meer doet dan alleen het groen verzorgen. ‘Mensen denken bij ons werk al snel aan schoffelen, maar het gaat veel verder dan dat’, verduidelijkt hij. ‘De uitvoerders zijn verantwoordelijk voor rioleringsproblemen tot aan het onderhoud van de sportvelden, en voor lekkages verhelpen bij het U-park hotel tot aan sigarettenpeuken en glasscherven opruimen bij de Vrijhof. Ook moeten de gazons tot een bepaalde hoogte gemaaid worden en mag het blad in vijvers niet teveel zijn.’
Hij vertelt ook dat zijn ploeg hulp biedt bij verhuizingen en dat er dagelijks twee fulltimers bezig zijn met het legen van alle afvalbakken op het UT-terrein. ‘Tegenwoordig heeft een derde van de bakken een sensor. Hierdoor kunnen we op afstand meten hoe vol die zit. Dat zijn mooie innovaties, want dan hoeven we niet voor niets naar de andere kant van de universiteit.’
Het elektrische karretje rijdt ons naar het eindstation: het park, tussen De Spiegel en de Bastille. Het is een geliefde plek van De Haan. ‘Samen met contractmanager terrein André de Brouwer – waar ik dagelijks contact mee heb - ga ik elk jaar naar een Brabantse kwekerij om nieuwe boomsoorten te kiezen. Dat trekt andere dieren aan en zorgt voor een beter ecosysteem op de UT.’ Hij kijkt tevreden om zich heen en zegt: ‘Zijn ze niet prachtig, die oude bomen daar?’.
Zijn telefoon gaat, en niet voor de eerste keer in de afgelopen twee uur. Nieuwe opdrachten vragen alweer zijn aandacht. Op naar Erve Holzik maar weer.