Volgens Emile Dopheide, lid van de Uraad, is de huidige regeling van een maand voor een grote groep medewerkers een doorn in het oog. ‘Het is onwenselijk dat sommige medewerkers overwegen om een Gmail-e-mailadres bij wetenschappelijke artikelen te plaatsen. Daarnaast wil je voorkomen dat mensen gegevens overbrengen naar een Google-account.’
Veiligheidsverplichting en kostenbesparend
Eerder schreef Stefano Stramigioli, hoogleraar Advanced Robotics, een opiniestuk over de kwestie. Een van zijn argumenten voor het verlengen van de respijtperiode is: ‘Als een contract van een promovendus afloopt, betekent dit niet altijd dat het proefschrift ook klaar is. Of dat hun papers nog steeds in beoordeling zijn – met een bijbehorend UT-e-mailadres.’ Met andere woorden, volgens Stramigioli is een UT-e-mailadres na uitdiensttreding langer nodig dan een maand.
Het probleem is bij het CvB bekend. ‘We horen dat mensen ermee worstelen’, reageert vicevoorzitter Machteld Roos. ‘We willen benadrukken dat we een veiligheidsverplichting hebben aan de hele gemeenschap. Om die reden kunnen we niet zomaar van de een op andere dag de respijtperiode aanpassen’, legt ze uit. Wel blijft de optie bestaan om de periode van medewerkers te verlengen. Promovendi kunnen een jaar verlenging aanvragen, emiriti een verlenging van vijf jaar.
Veiligheidsredenen zijn niet de enige motivatie om het huidige beleid in stand te houden. Volgens Roos is het ook kostenbesparend, aangezien de universiteit betaalt voor software. ‘Alle universiteiten hebben een respijtperiode van één tot drie maanden. Dit is eenmaal wat het is’, aldus Roos.