Anderhalve maand buiten Enschede wonen vliegt voorbij, en het werd weer eens tijd de staat van de campus te aanschouwen. Omdat mijn trein ditmaal helaas geen moverende reden had tot omkeren, leek het erop dat ik de reis van Utrecht naar Drienerlo in zijn volledigheid zou afleggen. Nu ik geen studenten-OV meer heb, ben ik aangewezen op de eerste burgerrups waarvoor dalkorting geldt. Die vertrekt om 09.07 uur. Dat is dus geen ontzettend vroege expeditie, maar wel mooi te laat om bij colleges van 10.45 uur op tijd te komen. Met een verontschuldigend gebaar onderbreek ik het gastcollege van de hoge heren van ASML en ga zitten. Tot overmaat van ramp heb ik de deur op een kier gelaten. Om hem dicht te doen, onderbreekt de vakdocent het college nogmaals. Na afloop stel ik de Veldhovenvedettes nog een vraag die betrekking heeft op mijn afstudeeropdracht elders. Ze geven precies het antwoord waar ik niet op hoopte.
Ik druip af naar mijn nostalgische koffiehoek in de Ravelijn. Er zit maar één bekend gezicht, en dat is ook het enige gezicht. Hij vertelt me dat het tegenwoordig bon ton is om in Langezijds te studeren. Waarschijnlijk drinken onze vrienden zelfs daar hun koffie (!), op oncomfortabele designerstoelen. In mijn herinnering zit het altijd bomvol in Langezijds, maar helaas zal deze overbevolking niet lang standhouden. Langezijds schijnt naast hippe studieplekken namelijk ook plaats te bieden aan de faculteit ITC. Als brugpieper heb ik ooit meegedaan aan het schoolproject ‘Enschede aan Zee’, nog in het guitige Eftelinggebouw aan de Hengelosestraat. Het heeft me er niet toe geleid een van de weinige Nederlandse studenten aan de faculteit te worden. Zonde eigenlijk, want ze doen daar een stuk nobeler en heilzamer werk dan de value creation van mijn TBK.
Heilzaam werk is op zich al genoeg reden voor een PVV-minister om erop los te bezuinigen. Diezelfde minister die ooit in 2016 voorstelde om álle Nederlandse ontwikkelingshulp stop te zetten. Nee, dan is het reorganisatiespook niet te stoppen. Ik kan hier veel grappen en bedenkingen schrijven over minister Klever, maar PVV-ministers afkraken is ondertussen ook een beetje als je afval scheiden op de UT: het voelt eventjes goed, maar uiteindelijk belandt het allemaal op de grote hoop. De fijne bijdragers van Wikipedia hebben gelukkig al de beste, droogkomische grap geschreven. Na een lange opsomming van al haar wangedragingen volgt enkel nog de zin ‘Op 2 juli 2024 werd Klever benoemd als minister in het kabinet-Schoof’.
Toch moet de reorganiserende faculteit ITC zich voegen naar haar agenda, een situatie die gelukkig bij de andere faculteiten en hun OCW-geldstromen aanzienlijk minder speelt. Haar uithollingsagenda heeft Klever aan het begin van het schooljaar zorgvuldig gekaft met een printje van de Amerikaanse vlag. Agendapunten één, twee en drie zijn: ‘alle Nederlandse ontwikkelingshulp moet rechtstreeks in het belang zijn van ons land’. Om datzelfde te verwachten van kabinetsbeleid, is in de coalitie nog niet bedacht.
Na de koffielunch heb ik nog een gesprek met mijn afstudeerbegeleider. Ook hij geeft andere antwoorden dan gehoopt. Het voorstel om – omwille van de bezuinigingen – mijn diploma uit te keren voor de conceptversie van mijn plan van aanpak wijst hij af. Ik moet me vervolgens haasten om de dalkortingtrein te halen. Het was weer een productieve dag op de UT, tijd om terug te keren naar het yuppenkamp dat Utrecht heet. Er zit wel een lichtere kant aan dit retourtje: mijn portemonnee, à zo’n 35 euro. Als ze dat toch eens zouden reorganiseren…