‘De positie van vrouwen versterken door kennis en innovatie’

| Michaela Nesvarova

Wist je dat ziekten zich bij vrouwen anders manifesteren dan bij mannen? En dat vrouwelijke patiënten vaker slecht op geneesmiddelen reageren? Een multidisciplinaire groep onderzoekers aan de Universiteit Twente werkt in een nieuw cluster Women’s Health aan verbetering van de zorg aan vrouwen.

Het doel van de UT-pijler ‘Technologies for Women’s Health’ is het ontwikkelen van technologieën voor de preventie, diagnose en behandeling van ziekten die (voornamelijk) vrouwen treffen. ‘We willen de gezondheid van vrouwen gedurende hun hele leven ondersteunen en onderzoeken’, vertelt hoogleraar Sabine Siesling, voorzitter van Women’s Health. ‘Onze onderzoeksprojecten hebben betrekking op ziekten die specifiek zijn voor vrouwen, zoals borstkanker en eierstokkanker, maar ook ziekten die vaker bij vrouwen voorkomen, zoals osteoporose. Daarnaast willen we begrijpen waarom ziekten zich bij vrouwen anders manifesteren dan bij mannen en de gezondheidszorg vanuit een vrouwelijk perspectief benaderen. Neem bijvoorbeeld hart- en vaatziekten. Als vrouwen een hartinfarct krijgen, worden ze vaak misselijk. Dat wordt echter niet als een van de symptomen beschouwd, waardoor ze niet de juiste diagnose krijgen.’

Siesling licht toe: ‘Bij medische investeringen, onderzoek en innovatie is er gewoon minder aandacht voor de gezondheid van vrouwen. Medische proeven worden vooral op mannen uitgevoerd. Dit leidt ertoe dat oplossingen onvoldoende op vrouwen zijn afgestemd. Hoewel vrouwen een langere levensverwachting dan mannen hebben, kampen zij langer met een slechte gezondheid (6-7 %). Vrouwen lopen een groter risico op complicaties en vrouwelijke patiënten reageren vaker negatief op geneesmiddelen dan mannen (50-75 %). Ook worden vrouwen, in vergelijking met mannen, een paar jaar later gediagnosticeerd.’

Daarom hebben ruim 25 UT-wetenschappers hun krachten gebundeld binnen de nieuwe pijler. Zij werken aan zeer uiteenlopende projecten, die allemaal gericht zijn op het verbeteren van de gezondheid en het welzijn van vrouwen. ‘Een van onze doelen – en van de onderzoekslijn waar ik aan werk – is het ontwerpen van nieuwe datastrategieën en -technologieën voor en met vrouwen’, vertelt Siesling, als klinisch epidemioloog verbonden aan de UT en het Integraal Kankercentrum Nederland. Het belangrijkste onderwerp van haar onderzoek is borstkanker. ‘Ik onderzoek verschillen in de patiëntenzorg tussen verschillende ziekenhuizen en probeer te achterhalen wat de redenen hiervoor zijn, en of ze de uitkomst beïnvloeden – zowel wat betreft het medische resultaat als de kwaliteit van leven van de patiënt. Ik wil graag weten of we deze verschillen kunnen gebruiken om te bepalen welke behandeling het meest geschikt is en om voorspellingen te doen over de resultaten. Het uiteindelijke doel is meer zorg op maat.’

‘We willen de gezondheid van vrouwen gedurende hun hele leven ondersteunen en onderzoeken’

Taboe-onderwerpen

Anique Bellos Grob, assistent-hoogleraar bij de Multi-Modality Medical Imaging Group, heeft als specialisme urogynaecologie, een vakgebied dat zich bezighoudt met ‘alles wat mis kan gaan met de vrouwelijke bekkenbodem’. Haar onderzoeksprojecten richten zich met name op bekkenbodemverzakking (pelvic organ prolapse of POP), een veel voorkomend, maar over het algemeen onbekend probleem dat miljoenen vrouwen treft. Een verzakking houdt, simpel gezegd, in dat een orgaan in het bekken, zoals de blaas, baarmoeder of darm, in of tot buiten de vagina zakt. Dat veroorzaakt diverse problemen, zoals urine- of ontlastingsincontinentie en pijn bij het vrijen.

‘Dit zijn allemaal taboe-onderwerpen’, zegt Grob. ‘Een probleem als ontlastingsincontinentie is niet iets waar we snel over praten. Toch lijdt ongeveer 40 % van alle vrouwen boven de zeventig aan een of meer van deze aandoeningen. Een verzakking wordt met name veroorzaakt door zwangerschap en een vaginale bevalling, waarbij de spieren enorm worden uitgerekt. Bij jonge vrouwen herstelt het weefsel zich en geeft het omliggende weefsel steun. Na de menopauze verliezen al onze weefsels echter aan stevigheid waardoor een verzakking kan optreden. Omdat het een taboe is, gaan vrouwen over het algemeen niet naar de dokter, terwijl hun kwaliteit van leven wel sterk afneemt. Denk je eens in wat je allemaal niet meer kunt doen als je bijvoorbeeld aan ontlastingsincontinentie lijdt. Wanneer je je zorgen maakt dat je zomaar ontlasting kunt verliezen, ga je waarschijnlijk niet vaak meer ergens op bezoek, reizen, zwemmen – noem maar op.’

Beperkingen

Het stellen van de diagnose kent op dit moment nogal wat beperkingen. Medisch specialisten kunnen alleen lichamelijk onderzoek doen terwijl de patiënt ligt, maar de meeste vrouwen ervaren de grootste problemen wanneer ze staan. Daarom is Grob zo enthousiast over het onderzoek aan de UT. ‘We hebben als enigen in het land toegang tot een MRI-scanner (Magnetic Resonance Imaging) die kan kantelen. Daarmee kunnen we de patiënten onderzoeken terwijl ze rechtop staan. Dit kan ons veel inzicht geven in de verzakking en de mogelijke behandeling ervan.’

Een verzakking kan worden behandeld maar – net als voor de diagnose – gelden ook hier beperkingen’, legt Grob uit. ‘Ik heb mijn eigen polikliniek in het ZGT-ziekenhuis. Ik vertel al mijn patiënten dat er bij een verzakking in principe vier opties zijn. De eerste optie is niets doen. De verzakking betekent een aanzienlijke verslechtering van de kwaliteit van leven, maar je gaat er niet aan dood. Je kunt er daarom voor kiezen om met de symptomen te leren leven. De tweede optie is fysiotherapie en spiertraining. De derde optie is een pessarium. Dit is een siliconenring die in de vagina wordt geplaatst en de bekkenbodem fysiek ondersteunt zodat de organen niet verzakken. Helaas werkt deze oplossing slechts in ongeveer 50 % van de gevallen. De laatste optie is een operatie. Daar zijn geen grote risico’s aan verbonden, maar de kans op succes is klein. We zagen dat de klachten in 30-50 % van de gevallen na slechts twee jaar terugkeerden. Met andere woorden: er bestaat een grote kans dat je na twee jaar terug bij af bent.’

‘Omdat het een taboe is, gaan vrouwen over het algemeen niet naar de dokter’

Op dit moment kan niet goed worden ingeschat bij wie de behandeling succesvol zal zijn. Daarom zijn Grobs onderzoekslijnen gericht op het vergroten van het aantal vrouwen dat met een behandeling kan worden geholpen, met name met een pessarium, en op het voorkomen dat de klachten terugkeren. ‘Ik gebruik MRI-scans en echo’s om de situatie voor en na de operatie te vergelijken. Zijn er aspecten die ervoor zorgen dat het effect van de operatie niet blijvend is? In een ander onderzoek richten we ons op de werking van het pessarium. We weten niet echt hoe en waarom een pessarium op zijn plaats blijft en hoe het helpt de symptomen te bestrijden. In alle gevallen moet het pessarium net iets anders worden geplaatst en in sommige gevallen werkt het, maar in andere niet. In mijn derde onderzoek werken we aan de ontwikkeling van een pessarium op maat.’

De assistent-hoogleraar erkent dat het verkrijgen van financiering voor deze onderzoekslijn lastig is. ‘Het onderwerp is taboe, mensen praten niet snel over een verzakking of over ontlastingsincontinentie. Bovendien gaat het niet om een zaak van leven of dood, maar over het verbeteren van de kwaliteit van leven van veel vrouwen’, aldus Grob. ‘Daarom ben ik zo blij dat de UT een speciale pijler voor vrouwengezondheid heeft. Dit geeft ons een unieke kans om ons met deze onderwerpen bezig te houden. We zien ook dat veel van onze onderzoeksthema’s met elkaar verband houden. Zo is het geven van borstvoeding mogelijk van invloed op het herstel van de bekkenbodem. Als we ons werk combineren, kunnen we misschien nog meer verbanden vinden – en meer financiering aantrekken.’

Vrouwen helpen met borstvoeding

Borstvoeding is inderdaad een van de andere onderwerpen die binnen de pijler Women’s Health worden onderzocht. Nienke Bosschaart, universitair hoofddocent Biomedical Photonic Imaging, kreeg onlangs een ERC Starting Grant om nieuwe methoden te ontwikkelen voor het onderzoeken van lactatie-insufficiëntie en vrouwen te helpen bij borstvoeding. ‘Borstvoeding biedt vele gezondheidsvoordelen voor zowel moeder als kind, maar gaat ook gepaard met diverse problemen’, aldus de UT-wetenschapper. ‘Op dit moment weten we verrassend weinig over wat er tijdens borstvoeding gebeurt en wat de oorzaak is van problemen bij borstvoeding. We hebben hiervoor geen speciale technologieën.’

Vrouwen stonden altijd al centraal binnen Bosschaarts onderzoek, in het bijzonder de zorg aan moeder en kind. Ze ontwikkelde een niet-invasief alternatief voor het nemen van bloedmonsters bij baby’s en in haar tweede belangrijke onderzoekslijn richt ze zich op melk en lactatie bij mensen. Haar specialisme is biomedische optica en de ontwikkeling van nieuwe technologieën die moeders en pasgeborenen kunnen helpen. ‘Optische technologieën hebben vele voordelen’, legt ze uit. Ze zijn niet-invasief, ze zijn onschadelijk en ze leveren een hoop informatie op.’ 

‘We weten verrassend weinig over wat er tijdens borstvoeding gebeurt’

In haar meest recente project doet Bosschaart onderzoek naar lactatie-insufficiëntie. ‘Ik zie dit als een probleem dat we echt moeten oplossen’, zegt ze. ‘Borstvoeding heeft vele voordelen. Bij moeders verlaagt borstvoeding het risico op borstkanker en eierstokkanker. Bij baby’s stimuleert het de gezonde ontwikkeling. De WHO adviseert vrouwen de eerste zes maanden uitsluitend borstvoeding geven, maar minder dan de helft van hen slaagt daarin. Vrouwen ondervinden ook een grote maatschappelijke druk om borstvoeding te geven, maar de beslissing ligt niet alleen bij hen. We moeten hen veel beter helpen.’

De meest voorkomende reden waarom moeders met borstvoeding stoppen, is dat ze denken dat ze niet genoeg melk produceren. Bosschaart: ‘Mijn project heeft daarom twee doelen, namelijk meten hoeveel zuigelingen drinken en meten wat er in de borst gebeurt – hoe de melkproductie daar is geregeld. In beide gevallen maak ik gebruik van niet-invasieve, optische tools.’

Voor geen van deze wetenschappers is het werken binnen het thema ‘Women's Health’ nieuw, maar ze zijn wel ingenomen met de oprichting van deze pijler aan de UT. ‘We vormen een consortium dat zich alleen met dit onderwerp bezighoudt, zodat we meer vooruitgang kunnen boeken in de zorg voor en met vrouwen’, aldus hoogleraar Siesling. ‘Door samenwerking zijn we beter in staat onze missie te verwezenlijken: de positie van vrouwen versterken door kennis en innovatie.’