Drieluik: studenten van de UT
U-Today voerde met drie UT-studenten openhartige gesprekken over hun studie, studententijd, hun dromen, verwachtingen en ambities. Dit leverde een prachtig inkijkje op in hoe zij in het leven staan. In het eerste deel van deze drieluik: Ethan Höfgen.
‘Sorry, ik ben nog helemaal niet klaar. Ik bewaar altijd alles voor het laatste moment, ik plan mijn dagen te vol!’ Met een verontschuldigende lach wurmt Ethan Höfgen zich tussen een wasrek en een koelkast in de woonkamer die hij deelt met vijf andere studenten. Haastig boent hij het patina van talloze ontbijten van de eettafel. Gisteravond woonde hij op de campus een evenement bij, vanmorgen had hij een vergadering. De Amsterdamse bachelorstudent benut zijn tijd in Twente maximaal. Sinds zijn komst naar Twente in 2021 bekleedde hij een dozijn functies in besturen en commissies, waaronder voor de universiteitsraad, duurzaamheidsvereniging SUSTAIN en studievereniging Atlantis. Opgewekt: ‘Ik vind beleidswerk interessant. Ik wil het leven voor studenten beter maken.’
Zo’n veertig uur per week wijdt hij aan zijn studie bij ATLAS, het University College van de UT, dat vereist dat elke deelnemer jaarlijks zestig studiepunten aftikt. ATLAS biedt een driejarige bachelor waarin studenten een individueel curriculum kunnen samenstellen in natuurwetenschappen, sociale wetenschappen en wiskunde. Höfgen: ‘In principe mogen wij elk bachelorvak of mastervak volgen, tenzij er een numerus fixus is of je bepaalde voorkennis mist.’ In 2029 valt het doek voor ATLAS, vanaf september 2025 kunnen studenten zich niet meer aanmelden. ‘ATLAS heeft zichzelf nooit financieel kunnen bedruipen, voornamelijk omdat de toestroom van studenten moeilijk ging. De marketing van ATLAS is slecht, het wordt gezien als een vaag, elitair programma, en het kost twee keer zoveel als een normale studie.’ Met een lach: ‘Gelukkig zijn mijn moeder en ik goed in sparen.’
Aan de rand van de campus vormen acht van de circa vijftig ATLAS-studenten een hechte gemeenschap in de geschakelde studentenhuizen rond een binnenplaats - een jarentachtigidylle in grijs baksteen. Aan een kale boom wiegt een schommel. In de februarizon wacht een barbecue op actie. Höfgen woont hier sinds 2022, maar hij is al drie keer in- en uitverhuisd. ‘Elke zomer moeten we eruit voor een grote schoonmaak.’ Droog: ‘Niet dat we daar vervolgens veel van merken.’
‘Ik wilde een soort Einstein worden, maar had een slechte werkhouding’
Eigenlijk lag het niet voor de hand dat Höfgen ooit zou genieten van een topstudie, vertelt hij. ‘Ik begon op de MAVO. Ik was zo’n nerd die goed was in wiskunde, natuurkunde, scheikunde, biologie, maar ik had ook interesse in psychologie, in hoe mensen werken en denken. Ik wilde een soort Einstein worden, maar ik had een slechte werkhouding. Ik heb geen ADHD, maar ik raak makkelijk afgeleid. In MAVO 2 mocht ik doorstromen naar HAVO 3, maar toen ik na mijn eindexamen naar het VWO ging werd het lastig. Ik kreeg steeds meer last van faalangst en haalde lage cijfers.’
Waar kwam die angst vandaan?
‘Gaandeweg mijn middelbareschooltijd ontwikkelde ik een grote onzekerheid, doordat ik me sociaal gezien een buitenbeentje voelde. Ik ben niet iemand die meegaat met trends op sociale media. Als het over bekende mensen ging had ik geen idee wie dat waren. Het voelde toen al alsof mijn geest ouder was dan mijn lichaam. Ik hing wel rond met mensen, maar ik durfde niet veel te zeggen. Ik was altijd zo bang, en nog steeds een beetje: wat als ik niet in deze groep pas, wat als ik niet goed genoeg ben op school?’
(Tekst gaat verder onder de foto.)
‘Ik kwam in een cyclus terecht van slechte cijfers en angst dat het weer mis zou gaan, ook als ik mijn best deed. Ik was ook erg bezig met wat er in de wereld gebeurde. Rond mijn 15e gingen we bij biologieles bezig met klimaatverandering. Ik zat enorm met alle ongelijkheid in de wereld, mensen die lijden, de natuur die verdwijnt. Het was zo groot allemaal, ik moest er wat aan doen vond ik, maar hoe? Ik zat op de middelbare school, ik wist nog niks. Ik piekerde veel maar ik praatte met niemand over mijn zorgen. Ik hield alles binnen en werd depressief.’
Terwijl het stormt in zijn hoofd is het ook om hem heen onrustig, thuis in de Amsterdamse buitenwijk Nieuw-West. Tussen zijn oudere zus en zijn moeder botert het niet, als Höfgen zeventien is scheiden zijn ouders. Steeds vaker trekt hij zich terug met zijn tablet. ‘Al die druk en stress bouwde op in mezelf. In het begin waren die spelletjes een fijne afleiding, maar al snel deed ik niets anders meer. Als mijn moeder me vroeg om iets in huis te doen kon ik boos reageren.’
Na een heftige ruzie vertrekt zijn zus naar vader en blijft Höfgen alleen achter bij zijn moeder. ‘Ik kreeg al haar emoties mee en wilde haar niet in de steek laten.’ Terwijl de kloof in het gezin verdiept verstrijken de jaren zonder dat hij zijn vader en zus nog spreekt. ‘Soms stuurden ze stuurde lieve berichten: we missen je zo, ik hoop dat je een fijne verjaardag hebt. In het begin reageerde ik niet, ik was er niet klaar voor. Later was er zoveel tijd voorbij dat ik niet meer durfde. Ik wist hoeveel pijn ik ze had gedaan. Ik had ze in tranen achtergelaten. Ik wilde graag weer zien, maar toen ik een keer opperde zei mijn moeder: ‘Als je dat doet, moet je kiezen tussen ons’.’
‘Ik dacht dit klopt niet, ik pas hier, ik kan dit!’
Te midden van dat tumult lokt Twente. Höfgen kent de universiteit uit verhalen, want zijn grootvader werkte ooit bij de technische dienst. In het kielzog van twee vrienden bezoekt hij een open dag. ‘Bij elke studie miste ik wel iets, maar toen ik ATLAS zag, dacht ik: wauw, dit is zo cool. Ik meldde me aan, maar werd afgewezen. Het gesprek was niet zo goed gegaan. Ik was vooral technologisch gericht en hun idee is dat je dat combineert met sociaalmaatschappelijke inzichten.’
Een jaar zit Höfgen thuis, zonder alternatief. Hij neemt een tijdelijk baantje en schrijft een nieuwe motivatiebrief. ‘Ik dacht dit klopt niet, ik pas hier, ik kan dit! Ik weet dat mijn cijfers niet goed genoeg zijn, maar dat komt door mijn zorgen en mijn faalangst.’ Het tweede gesprek is spannend. ‘De docent die mij interviewde merkte op dat ik weinig had verteld over mijn sociale leven. Ik zei heel eerlijk: ‘Ik ben niet zo’n sociaal persoon, maar ik wil mezelf wel pushen om socialer te zijn.’ O shit dacht ik, ze gaan me hierop afrekenen. Maar ze lieten me toe.’
Wat herinner je van die eerste tijd in Twente?
‘Het was spannend en leuk, eindelijk was ik aangenomen op mijn droomprogramma. De campus is prachtig. Het is kleinschalig, je wordt niet gezien als nummer, je hebt een naam hier. De sfeer is gastvrij en open. Ik voelde ook nervositeit, want de helft van mijn acceptatiebrief ging over de zorgen van de docenten, of ik het wel zou redden. Ze zoeken mensen die heel goed zijn in veel onderwerpen. Ik dacht: wat als ze gelijk hebben? Wat als ik het niet aankan? Ben ik wel sociaal genoeg? Het eerste jaar was ik constant bezig met wat ik wel of niet kon zeggen of vragen in een groep, en welke gespreksonderwerpen interessant zouden kunnen zijn.’
Hoe is dat nu?
‘Dat is compleet veranderd. Omdat ATLAS zo internationaal gericht is, hebben we een diverse gemeenschap, die elkaar graag helpt. Iedereen praat met elkaar over van alles, daardoor voel je je minder alleen. Je beseft: oh, ik ben niet zo dom. Anderen hebben ook moeite met dit programma, zij zijn ook weleens onzeker, gestrest of depressief. We grappen weleens dat we een soort cult lijken, we zitten bijna op familieniveau. In het academiegebouw kunnen we soms openlijk en luid over seks praten of cynische grappen maken over de dood. Er zijn geen taboeonderwerpen.’
Je voelt je op je plek, maar zijn er ook dingen die vanuit de universiteit beter kunnen?
‘Inspraak. Dat je meer studenten betrekt bij beleidsveranderingen op de campus of in het onderwijs, dan alleen de mensen zoals ik, die in allerlei commissies zitten. Het is goed als je studenten niet alleen behandelt als klanten die komen en gaan. Dat is het leuke van ATLAS: het onderwijs wordt samen met de studenten ontwikkeld. Examens waarbij je drie uur lang in een zaal vragen moet beantwoorden, hebben we niet veel. We doen meer aan project-based learning en we krijgen veel aandacht van docenten. Dat is natuurlijk te kostbaar om op universiteitsniveau door te voeren, maar je zou kunnen zoeken naar een betere balans, waarbij niet elke beoordeling gedaan wordt met examens, waarbij je even stampt en daarna alles weer vergeet. Je leert meer van opdrachten, presentaties en kleine rapporten maken, want zodra je iets opschrijft onthoud je het beter.’
Wat ga je na je bachelor doen?
‘Ik heb een zevenjarenplan gemaakt. Na mijn bachelor wil ik in Twente een master spatial engineering doen. Daarbij leer je om met ‘spatial data’ – locatiegebonden gegevens over bijvoorbeeld de temperatuur en wind in een gebied, of over de lokale sociaaleconomische situatie - ‘wicked problems’ aan te pakken. Dat zijn problemen die zo complex zijn dat er geen oplossing voor is, zoals klimaatverandering. Het enige wat je kan doen is vanuit verschillende perspectieven strategieën ontwikkelen om het probleem te verbeteren, met oog voor alle belanghebbenden in een gebied. Dat kan lokaal zijn, regionaal, of globaal.’
Wat lijkt jou interessant om te onderzoeken?
‘Ik wil onderzoeken hoe we een circulaire economie kunnen ontwikkelen, waarbij we verantwoordelijk omgaan met grondstoffen, en minder broeikasgassen uitstoten. Sommige ontwikkelingslanden willen graag industrialiseren om hun inwoners een beter bestaan te bieden. Maar als je niet oppast, kan dat ten koste gaan van het lokale ecosysteem - de natuur en de dieren. Hoe vind je een balans tussen de behoeftes van de mens en de natuur?’
(Tekst gaat verder onder de foto.)
‘Na mijn master in Twente wil ik een tweede master doen bij de United Nations University in Japan, waarbij je wordt opgeleid om aan de Sustainable Development Goals te kunnen werken op internationaal niveau. Daarna zou ik hun PhD-programma willen volgen, dat focust op duurzaamheidswetenschappen, via transdisciplinaire methodes. Stel dat je een alternatief voor fossiele brandstoffen zoekt, dan werk je niet alleen met wetenschappers, maar leg je ook contact met belanghebbenden in de samenleving, zoals lokale bewoners of beleidsmakers in een bepaald land.’
In hoeverre is duurzaamheid een belangrijk thema onder studenten?
Höfgen aarzelt. ‘Dat is groeiende. Ik zit in het bestuur van SUSTAIN, een studentenvereniging voor duurzaamheid. We proberen bewustzijn te creëren, maar dat gaat langzaam. We houden lunchtalks en organiseren evenementen waarbij we bijvoorbeeld afval oprapen op de campus. We kijken ook naar het mentale welzijn van studenten.’
‘Mentaal welzijn is een probleem: studenten raken makkelijk onder het werk bedolven’
Hoe gaat het daarmee?
Met een zucht: ‘Mentaal welzijn is een probleem: studenten raken makkelijk onder het werk bedolven. Ze studeren tot te laat in de avond of ze zijn supergestrest vanwege alle deadlines. Veel mensen vinden dat je je dagen moet volplannen, anders ben je niet productief genoeg. Dat leidt tot stress en burn-out. Soms moet onze studieadviseur bijna de positie van een therapeut aannemen. Er is een keer onderzoek gedaan door een student, waaruit bleek dat vrij veel ATLAS-studenten kampen met mentale problemen. Als je dan minstens 40 uur per week moet studeren om je 60 studiepunten te halen, is het verleidelijk om in je werk te duiken. Zo ontstaan er problemen, doordat je slecht gaat slapen, slecht gaat eten of depressief raakt. Maar in plaats van daar aandacht aan te schenken, werken we liever door, om maar niet achter te lopen. En als je iedereen dat zo ziet doen, denk jij: dat moet ik ook. Die neiging heb ik zelf ook een beetje.’
‘Gelukkig biedt de universiteit hulp op allerlei niveaus, van studentpsychologen tot studieadviseurs en counselors. De drempel naar een officieel personeelslid kan hoog zijn: daarom hebben we ook studentenvertrouwenspersonen, ik ben een van hen.’
Waarom wil je vertrouwenspersoon zijn?
‘Ik wil mensen een luisterend oor bieden, want ik weet zelf hoe moeilijk het kan zijn om je problemen te bespreken. Wij bieden geen professionele hulp en we gaan niet voor langere tijd met je in gesprek. Wij zijn er primair om te luisteren als jij je zorgen maakt of als je een probleem hebt, maar niemand hebt om mee te praten. Of als je last hebt gehad van ongepast gedrag, tussen studenten of door een personeelslid. Als je dat wil kunnen we meegaan om het gesprek aan te gaan en we kunnen je ook doorverwijzen naar professionele hulp.’
Höfgen heeft nog geen beroep gedaan op de mentale ondersteuning in Twente, maar ook hij heeft het niet makkelijk gehad. Een jaar geleden overleed zijn vader onverwacht aan een hartinfarct. ‘Het was zo plotseling, ik kon nauwelijks geloven dat het echt was gebeurd. Het was een raar gevoel, want ik was heel droevig, maar het voelde niet alsof ik wat had verloren, want hij maakte geen deel meer uit van mijn leven. Ik had al vijf jaar geen contact meer met hem, maar hij was wel mijn vader.’
Wat voor persoon was je vader?
‘Hij was vrij toegeeflijk, de opvoeding liet hij vooral aan mijn moeder over. Hij was ook een behulpzame man die goed kon luisteren. Ik zie nog voor me hoe hij met trots naar mij keek, die glimlach om zijn gezicht. Ik mis de lol die we hadden. Dat alles, dat hele idee, dat mis ik wel in mijn leven.’
Höfgen wijst op het roze kraagje onder zijn trui. ‘Dit overhemd is van mijn vader. In het begin werd ik verdrietig als ik zijn kleding droeg, maar nu ik een beetje door de rouw heen ben vind ik het fijn, want er hangt een waarde aan vast, een herinnering. Op dagen dat ik me onzeker voel draag ik de sokken van mijn overleden opa, dan is het net alsof hij bij me is om me te ondersteunen. Ik geloof niet dat er iets bestaat na het leven. Maar het voelt alsof ze allebei boven mij hangen, naar mijn leven kijken en over me waken.’ Höfgen grinnikt. ‘Soms denk ik: wat zouden ze hier wel niet van denken? Ik wil ze niet teleurstellen.’
‘Zelfs als het niet goed gaat, groei ik’
Bijna elk weekeind reist hij naar zijn moeder Amsterdam. ‘Het is fijn om even uit mijn drukke wereld te stappen en samen een serie te kijken of te werken in de moestuin. Mijn moeder en ik delen de liefde voor de natuur. Ik steun op haar advies. Als iemand mij vraagt om iets te organiseren op de campus zeg ik makkelijk: tuurlijk, dat doe ik wel even. Op die momenten heb ik het realisme van mijn moeder nodig.’
(Tekst gaat verder onder de foto.)
Soms spelen de depressieve gevoelens uit zijn tienertijd nog op, vertelt Höfgen. ‘Maar die sociale onzekerheid en die faalangst heb ik niet meer zo. Nu denk ik altijd maar: zelfs als het niet goed gaat, groei ik. Dat is de grootste les van de afgelopen jaren.’
Welke factoren droegen aan die verandering bij?
‘ATLAS focust op persoonlijke ontwikkeling en op communicatie, niet alleen in je samenwerking met anderen, maar ook in hoe jij je werk presenteert, schriftelijk of voor een groep mensen. Toen ik hier kwam was ik een kind dat niets wist, nu denk ik: o, zo doe je dat! Het programma maakt duidelijk: we zijn er voor je, het maakt niet uit als je de eerste keer faalt, zolang je maar leert van je fouten. Je krijgt vrijwel altijd een kans om jezelf te verbeteren. Elk half jaar wordt er gekeken hoe je je professioneel en persoonlijk hebt ontwikkeld. Ik heb geleerd om naar mezelf te kijken.’
Wat doet dat voor je levensgeluk?
‘Tja, wat is geluk? Ik word er in elk geval blij en best wel tevreden van. In plaats van te focussen op wat er mis kan gaan, kijk ik wat ik eruit kan halen.’
Voel je je nog weleens een buitenbeentje?
‘Soms wel. Als iemand een grappige of ironische vraag stelt kan ik serieus antwoord geven. Op Whatsapp ben ik vrij formeel - ik gebruik vrijwel geen afkortingen en zet punten aan het eind van mijn zinnen. Ik draag vaak een overhemd met een stropdas. Tussen leeftijdgenoten ben ik the grumpy old man. Het maakt me uniek, maar ook eenzaam. Ik wil in de groep passen, maar dat is moeilijk omdat ik een andere mindset heb. Het is geen populaire mening, maar ik ben sceptisch over het typische studentenleven met veel feesten en drinken en geen verantwoordelijkheid nemen. Dat is ook de houding in de samenleving: ach die studenten, die kun je niet serieus nemen. Terwijl: op je achttiende ben je geen kind meer, toch?’
Lig je nog weleens wakker van wereldproblematiek?
‘Niet meer zo heftig als vroeger. Ik ben vaak in mijn hoofd bezig met hoe het gaat met mensen, en ik hoop dat ik uiteindelijk kan bijdragen aan een oplossing voor grote maatschappelijke problemen. Maar omdat ik meer weet en meer kan, lijken die problemen kleiner, hanteerbaarder.’
De geopolitieke situatie op dit moment, de oorlogsdreiging vanuit Rusland en Amerika, leeft dat op de campus?
‘Er wordt serieus over gesproken, maar het valt me op dat het nooit gaat over: hoe voel je je erbij dat er misschien oorlog komt? Studenten willen de confrontatie met hun gevoel niet aangaan, want het zijn natuurlijk geen fijne gevoelens.’
Een andere ontwikkeling die accelereert is AI. In hoeverre speelt dat een rol onder studenten, ook als het gaat om werkgelegenheid in de toekomst?
‘Over tien jaar kan AI zo groot zijn dat het alle banen overneemt, maar omdat we dat nog niet kunnen overzien, is het geen grote zorg. Het speelt vooral een rol in het dagelijks gebruik. Sommige studenten schrijven met behulp van AI sollicitatiebrieven, e-mails of een deel van een rapport. Of je dat als universiteit moet toelaten is een lastige vraag. Ik heb jaren in de onderwijscommissie gezeten die het onderwijs evalueert voor onze studievereniging, en ik adviseer ze nog steeds. Wij krijgen soms thuisexamens mee. Daar mag geen AI bij worden gebruikt, maar sommige mensen hebben dat toch gedaan. Het beste advies dat wij aan docenten kunnen geven is: zorg dat je hier in de toekomst beter op let.’
Wat vind je er zelf van?
‘ChatGPT gebruiken is alsof je bij de antwoorden spiekt. Als jij de antwoorden naast de opgave legt om ervan te leren, hoeft het niet per se slecht te zijn. Maar niet iedereen kan er verantwoordelijk mee omgaan. Ik probeer ChatGPT of andere AI-tools helemaal te vermijden. Ik vind het leuk om zelf het denkwerk te doen, ik wil kunnen zeggen: kijk, dit is mijn werk. Hooguit vraag ik AI: wat betekent deze term of hoe zit het met dit fenomeen? Niet om het antwoord in mijn eigen tekst te gebruiken, maar om inzicht te krijgen. Maar ik wil daar niet afhankelijk van worden. Bovendien is AI is niet duurzaam:het vreet energie en water.’
Wat zou je over tien jaar willen doen?
‘Een tijdje overwoog ik om de politiek in te gaan. Maar ik wil niet bezig zijn met de onzinproblemen die we op nationaal niveau soms hebben. First world problems, van mensen met een prima inkomen die zeggen: o, had ik maar meer geld. Laatst zei een student: ‘In mijn land hebben we voedselschaarste.’ Kijk, dat noem ik nou een probleem. We klagen in Nederland makkelijk over dingen die verkeerd gaan, maar we beseffen te weinig hoeveel geluk we hebben dat we hier mogen wonen. Sommige mensen leven elke dag met angst, voedselonzekerheid, armoede. Die hebben geen zorgsysteem. Die hebben niks om op te bouwen. Dat is een probleem waar ik aan wil werken, het liefst bij de Verenigde Naties. Ik sta achter hun duurzaamheidsdoelen en ik hou van samenwerking. Kijk, we wonen in verschillende maatschappijen, we hebben verschillende culturen, religies, manieren van denken, dingen die wij belangrijk vinden. Maar we vergeten dat wij mensen nog altijd één soort zijn. We zijn geen losse volkjes die toevallig op dezelfde bol leven. Ik wil aan de duurzame ontwikkeling werken van gemeenschappen, maatschappijen, landen. Ik denk dat het me overal zal brengen, want overal is dat nodig. Alleen hebben sommige mensen het meer nodig dan anderen.’
Met welk gevoel kijk je naar de toekomst?
‘Als tiener was ik een doemdenker. Ik maakte me zorgen over overbevolking. De wereldbevolking gaat richting de 11 miljard. Terwijl je op school leert dat we bij 9 miljard bewoners al last krijgen van tekorten aan water, voedsel en grondstoffen. Destijds dacht ik oei, dat gaat niet goed, dat wordt helemaal niets. Tegenwoordig ben ik optimistischer. Op LinkedIn volg ik allerlei accounts die posten over positieve initiatieven. We hebben veel problemen in de wereld, maar ik zie van nature snel het goede in mensen. Dat maakt me soms een beetje naïef, maar ook hoopvol. Ik denk: oké, mensen kunnen zich niet committeren aan het beste doen voor de aarde. Soms worden ze toch nog gedreven door geld of door kortetermijndenken. Ze hebben gewoon wat tijd nodig om de wereld te verbeteren, maar ik geloof dat ze het kunnen! En ik wil ze er graag bij helpen.’
OVER ETHAN HÖFGEN (AMSTERDAM, 15 MAART 2001)
2021 – heden Bachelor Technology, Liberal Arts & Sciences (ATLAS), Universiteit Twente
2022 – 2023 Bachelor Honours Programma, track Entrepeneurship & Business Development
2021 – heden Verschillende functies op de campus, waaronder: lid studentenpartij UReka, ambassadeur Inspiratieweek, bestuur SUSTAIN, student counselor en lid onderwijscommissie bij studievereniging Atlantis.